Een bouwmodel bevat vaak meer informatie dan een kleine maquette kan tonen of nodig heeft. Maak daarom een aparte printrevisie met een vast doel, een gecontroleerde schaal, een gesloten gebouwschil en expliciete keuzes voor details en losse delen.
Download het invulbare werkblad in CSV. Open het lokaal als UTF-8 met een komma als scheidingsteken en vervang de voorbeeldwaarden door je eigen gegevens.
1. Bepaal doel en kijkafstand
Schrijf op of de maquette massa, routing, gevelritme of één ontwerpdetail moet tonen. Noteer ook de gebruikelijke kijkafstand en belangrijkste zijde. Wat op een computerscherm zichtbaar is, kan op tafel verdwijnen.
Het werkblad gebruikt een fictieve kiosk van 6 bij 4 meter op schaal 1:100. Dit is geen echt architectuurproject en geen fysiek printresultaat.
2. Controleer de schaal met twee maten
Op 1:100 wordt 6000 mm gelijk aan 60 mm en 4000 mm gelijk aan 40 mm. Controleer beide maten na import. Eén juiste maat kan een vervorming in een andere as missen.
Leg de bron-eenheid en doeleenheid vast. Stop bij een onbekende of gemengde eenheid totdat de ontwerpeigenaar de referentiematen bevestigt.
3. Maak een aparte gebouwschil
Verwijder installaties, verborgen interieur en annotaties die het buitendoel niet ondersteunen. Sluit ongewenste openingen en controleer dubbele of losliggende vlakken. Bewaar het oorspronkelijke bouwmodel ongewijzigd en geef de printrevisie een eigen versienummer.
Een vereenvoudigde schil mag ontwerpbetekenis niet stilzwijgend veranderen. Noteer welke delen zijn weggelaten of samengevoegd.
4. Vul een detailbesluit in
| Element | Geschaalde maat | Doel | Besluit |
|---|---|---|---|
| hoofdvolume | 60 × 40 mm | massa tonen | behouden |
| luifel | 8 mm uitkraging | herkenning | proef en oriëntatie beoordelen |
| kozijnreliëf | 0,3 mm | gevelritme | vergroten of grafisch tonen |
| deurklink | kleiner dan 0,2 mm | geen hoofddoel | verwijderen |
Dit zijn synthetische waarden. Laat minimale wand, opening en reliëf tegen het werkelijke proces beoordelen.
5. Plan losse delen en ondergrond
Markeer dak, terrein, bomen en transparante of contrasterende elementen als vast, los of niet opgenomen. Beschrijf hoe een los deel positioneert en in welke volgorde de maquette wordt samengesteld. Houd een demonteerbaar dak alleen wanneer dat het presentatiedoel dient.
Controleer dat de ondergrond vlak en hanteerbaar blijft en dat montagepunten niet op de belangrijkste zichtzijde liggen.
6. Gebruik het werkblad voor go/no-go
Vul doel, bronmaat, schaal, gebouwschil, verwijderde details, minimale elementen, losse delen en herimportmaten in. Voeg een overzichtsbeeld en detailbeelden met dezelfde IDs toe. Een groen besluit vereist twee kloppende referentiematen en een expliciet besluit voor ieder essentieel detail.
Onbekende wanddikte, ongesloten geometrie of een los element zonder montageplan is no-go. Een digitaal akkoord bewijst nog niet hoe de fysieke maquette eruitziet.
7. Vraag beoordeling met de juiste bestanden
Gebruik vier startpunten voor een 3D-printaanvraag om de bronsoort te bepalen. Lever originele referentie, vereenvoudigde revisie, schaalcontrole en detaillijst aan bij 3D-model laten maken. Maakbaarheid, ondersteuning, materiaal en proef worden daarna beoordeeld.
