Kennisbank

Een vervangend kunststof onderdeel opmeten voor een proefprint

Leg referentievlakken, kritische maten, passing en fotostandpunten vast voor een niet-kritisch vervangend onderdeel.

Een foto en drie buitenmaten zijn zelden genoeg om een passend vervangend onderdeel te tekenen. Maak eerst duidelijk wat het onderdeel doet, kies vaste referentievlakken en leg iedere kritische maat met eenheid, meetmiddel en foto vast.

Download het invulbare werkblad in CSV. Open het lokaal als UTF-8 met een komma als scheidingsteken en vervang de voorbeeldwaarden door je eigen gegevens.

1. Begrens de toepassing

Beschrijf functie, gebruiksomgeving en gevolg van falen. Dit werkblad is bedoeld voor een niet-kritisch kunststof onderdeel. Stop bij dragende, elektrische, hittegevoelige, voertuig-, druk-, voedsel- of veiligheidsfuncties en laat de toepassing passend beoordelen.

Het voorbeeld is een fictief afdekkapje zonder elektrische, dragende of veiligheidsfunctie. Het is geen klantonderdeel en er is geen fysieke passing uitgevoerd.

2. Kies twee referentievlakken

Noem het montagevlak referentievlak A en een haaks aansluitend vlak referentievlak B. Meet gaten, randen en hoogten steeds vanaf deze referenties. Daarmee voorkom je dat opeenvolgende tussenmaten kleine meetafwijkingen opstapelen.

Markeer A en B met dezelfde letters op het onderdeel, de schets en de foto's. Kan een vervormd of gebroken vlak niet als betrouwbare referentie dienen, leg dan vast welk intact tegenstuk de maat bepaalt.

3. Maak een maatregister

3. Maak een maatregister
IDMaatVanafMeetmiddelFictieve waardeWaarom kritisch
M1totale breedteA/Bschuifmaat48,0 mmvrije ruimte
M2totale hoogteAschuifmaat16,0 mmsluiting
M3gatdiametertegenoverliggende binnenvlakkengeschikte binnenmeting4,2 mmbevestiging
M4positie gathartB tot gathartafgeleide positie uit randmetingen31,0 mmuitlijning
M5liphoogteAdieptemeting2,5 mmklikpassing

Deze waarden zijn synthetisch. Noteer ook onzekerheid en gewenste speling; kopieer geen fictieve tolerantie naar een echt onderdeel.

4. Leg passing als relatie vast

Meet niet alleen het oude onderdeel, maar ook het aansluitende tegenstuk. Beschrijf per contact of het vrij moet schuiven, positioneren, klemmen of klikken. Slijtage en breuk kunnen de oude maat hebben veranderd.

Geef daarom doel en richting van speling aan. “Moet passen” is geen criterium; “schuift zonder gereedschap tot vlak A en heeft geen zichtbare zijdelingse beweging” is controleerbaar.

5. Maak herhaalbare foto's

Maak boven-, zij- en onderaanzicht met foto-ID, schaalreferentie en zichtbare referentieletters. Voeg detailfoto's toe van gaten, lippen, schade en het tegenstuk. Houd perspectief zo recht mogelijk; haal precieze maten uit metingen, niet uit een schuine foto.

Koppel elk kritisch maat-ID aan minstens één foto. Een ontbrekend of verborgen contactvlak is reden om de modellering te pauzeren.

6. Meet de proefprint terug

Gebruik op de proefprint hetzelfde maatregister en dezelfde referenties. Noteer gewenst, gemeten, afwijking en pass/fail. Test de afgesproken beweging zonder het echte systeem te beschadigen en fotografeer een afwijking met hetzelfde ID.

Een revisie wordt pas goedgekeurd als alle kritische maten binnen de vooraf afgesproken grens vallen én de passing haar beschreven functie haalt. Een goede buitenmaat compenseert geen falende klik of botsend gat.

7. Draag meetblad en grenzen over

Controleer via vier startpunten voor een 3D-printaanvraag welke bron beschikbaar is. Lever functie, uitsluitingen, maatregister, foto's en het tegenstuk of diens maten aan bij onderdeel laten 3D-printen. De leverancier moet maakbaarheid, materiaal en proefopzet nog beoordelen.