Kennisbank

PETG stringing: draden herkennen en oorzaken één voor één testen

Leg PETG-draden vast met printer-, filament- en profielcontext. Verander per herhaalbare test één variabele en vergelijk met de basis.

Stringing zijn ongewenste dunne draden tussen delen waar de nozzle zonder extrusie hoort te reizen. Ze kunnen samenhangen met materiaalconditie, temperatuur, retractie, reissnelheid en geometrie. Verander niet alles tegelijk: bewaar een basisproef en wijzig per herhaling één variabele.

Download het invulbare werkblad in CSV. Open het lokaal als UTF-8 met een komma als scheidingsteken en vervang de voorbeeldwaarden door je eigen gegevens.

1. Leg de verschijningsvorm vast

Maak foto’s vanuit dezelfde hoek en onder hetzelfde licht. Noteer waar de draden zitten, hoe dicht ze zijn en of ook bobbels of slechte bruggen zichtbaar zijn. “Veel stringing” is zonder referentie moeilijk vergelijkbaar.

2. Bewaar volledige testcontext

Noteer printer, nozzle, firmware, slicer, profielversie, modelrevisie en omgeving. Leg filamentmerk, exacte grade, kleur en batch vast. Zo voorkom je dat een verborgen wijziging voor verbetering wordt aangezien.

3. Controleer opslag en materiaalconditie

PETG kan gevoelig zijn voor vocht en printgedrag verschilt per product. Noteer opslag en toegepaste droogprocedure volgens fabrikantinformatie. Claim niet dat vocht de oorzaak is voordat een gecontroleerde vergelijking dat ondersteunt.

4. Maak één basistest

Gebruik een klein model met twee staanders en meerdere reisbewegingen. Bewaar bestand, profiel en foto-ID. Print het basisstuk één keer zonder tussentijdse wijzigingen. Het fictieve voorbeeld in het werkblad is niet fysiek uitgevoerd.

5. Kies één variabele

Verander bijvoorbeeld materiaalconditie, temperatuur, retractie of reissnelheid, maar slechts één per test. Blijf binnen de product- en machine-instructies. Noteer oude en nieuwe waarde exact; “lager” is onvoldoende.

6. Vergelijk op vaste criteria

6. Vergelijk op vaste criteria
TestGewijzigdGelijk gehoudenWaarneming
Basisnietsbestand, batch, profielfoto en draaddichtheid
Aéén gekozen waardealle overige veldenbeter, gelijk of slechter
Bvolgende ene waardenieuwe vastgelegde basisopnieuw vergelijken

Maak van een visuele verbetering geen garantie voor andere geometrie of een volledige productiepartij.

Een ingevuld, nog niet uitgevoerd testplan kan er zo uitzien:

6. Vergelijk op vaste criteria
RunBestand en batchEnige wijzigingFotozonesBesluitregel
Basis 01tweepaal-v1, PETG batch P1geenlinks, midden, rechtsreferentie bewaren
Test 02gelijk aan Basis 01temperatuur T0 min 5 graden, binnen fabrikantbereikdezelfde zonesalleen doorgaan als andere defecten niet toenemen
Test 03pas na besluit 02nog niet kiezendezelfde zonesnooit tegelijk retractie wijzigen

T0 staat bewust voor de werkelijk vastgelegde basistemperatuur. Het artikel verzint geen universele startwaarde. Als Test 02 minder draden maar slechte laagverbinding laat zien, is de uitkomst niet verbeterd; herstel de basis en noteer beide waarnemingen.

7. Stop bij tegenstrijdige resultaten

Stop als dezelfde instelling wisselende uitkomsten geeft, andere defecten ontstaan of meerdere variabelen ongemerkt veranderden. Herstel dan de basis, controleer hardware en materiaalcontext en bepaal of een nieuwe test zinvol is.

Een verschil in fotohoek of belichting is ook een meetfout. Gebruik een vaste achtergrond en afstand, en beoordeel niet alleen het totale aantal draden maar ook bobbels, ontbrekend materiaal en oppervlak. Een stringingtest optimaliseert geen volledig onderdeel.

8. Geef het testlog mee

Vul alle acht werkbladranden in en begin zo nodig bij de vier startpunten voor een 3D-printaanvraag. De 3D-printservice kan bestand en doel projectgebonden beoordelen. Dit artikel bewijst geen optimale instelling, materiaalvoorraad of foutloos resultaat.