Praktijkcasus · Kwaliteitscontrole in 3 iteraties
Kwaliteit is geen vinkje: drie versies van één FDM-onderdeel
Bij dit onderdeel zakte materiaal in het horizontale gat door en was het oppervlak onrustig. In drie versies zijn laagdikte, snelheden, koeling en de bovenlaag afgestemd. De foto’s laten de zichtbare verandering én resterende FDM-sporen zien; ze bewijzen geen gemeten passing, belasting of definitieve klantacceptatie.
Tegelijkertijd blijven we eerlijk over de productiegrenzen: niet elk onderdeel wordt drie keer geprint, en een FDM-print heeft van nature een herkenbare laagopbouw en wordt nooit spiegelglad als gepolijst glas of spuitgietwerk. Bij eenvoudige of eerder gevalideerde geometrieën printen we direct het definitieve stuk.
Wanneer een door de klant aangeleverd model echter specifieke geometrische risico's bevat — zoals een horizontaal montagegat, overhangende brugoverspanningen of een kritisch bovenvlak — controleren en kalibreren we het proces stapsgewijs. Deze casus toont de werkelijke iteraties van een geanonimiseerd zwart PLA+ FDM-onderdeel uit onze werkplaats in Groningen.
Onderdeel & Gebruiksomgeving
Onderdeel van een inklapbare standaard in zwart PLA+
Het model was een door de klant aangeleverd printbestand voor een lang U-vormig onderdeel van een inklapbare standaard, met een horizontaal gat bij het afgeronde uiteinde.
Tijdens de intake gaf de klant aan dat het onderdeel binnenshuis wordt toegepast, niet regelmatig in direct zonlicht hangt en dat het te monteren apparaat niet merkbaar warm wordt.
Binnen die gemelde gebruiksomgeving was zwart SUNLU PLA+ een verdedigbaar startpunt. Dat is geen algemene materiaalgarantie voor PLA+: bij langdurige zon, warmte, vocht of andere belasting beoordelen we materiaal en geometrie opnieuw.
Empirische printparameters
Geregistreerde testinstellingen van deze printopdracht
Onderstaande waarden zijn geregistreerde start- en testinstellingen die tijdens deze specifieke opdracht op een 0.4 mm nozzle zijn afgestemd. Dit zijn empirische testwaarden voor deze geometrie en batch, geen universele recepten of algemene garanties voor elk willekeurig 3D-model.
- Filament & kleur
- Zwart SUNLU PLA+
- Geschikt voor gematigde binnentoepassing zonder warmtebron
- Nozzle-diameter
- 0.4 mm nozzle
- Standaard nozzle voor balans tussen detail en productiesnelheid
- Laagdikte (layer height)
- 0.12 mm (fijne lagen)
- Hoge resolutie voor zuivere cirkelvorm van het horizontale gat
- Wandlijnen (perimeters)
- 4 wanden
- Meer materiaal rond de boring en een stijvere wandopbouw als uitgangspunt
- Bovenste dichte lagen
- 4–5 top layers
- Volledige dekking van infillpatroon zonder inzakkende banen
- Bovenlaagsnelheid
- ca. 30–40 mm/s
- Gecontroleerde depositiesnelheid voor een rustig toplaagbeeld
- Overhangsnelheid
- ca. 20–30 mm/s
- Beheerste snelheid om opkrullen van schuine randen te minimaliseren
- Bruggensnelheid (bridge)
- ca. 20–25 mm/s
- Strakke overspanning over het horizontale gat zonder support
- Strijken (ironing kalibratie)
- 20 mm/s, 12% flow, 0.10 mm lijnafstand
- Dichtsmelten van toplaagbanen als fijnafstemming in plaats van een aan/uit-knop
Eerste uitvoer en identificatie van geometrische risico's
Uitzakkend filament bij het horizontale gat en rafelige contourlijnen
Bevindingen & analyse
De eerste proefprint met standaardinstellingen liet direct zien waar de geometrische risico's van dit model lagen. Het horizontale montagegat had aan de bovenzijde last van uitzakkend filament (sagging) bij de overgang van de overhang naar de overbrugging.
Omdat het gat horizontaal geprint werd zonder ondersteuning (support), moesten de bovenste cirkellagen een overspanning maken in de lucht. Daarnaast vertoonden de buitenranden en het oppervlak zichtbare oneffenheden en rafelige contouren.
Ook als het onderdeel mogelijk bruikbaar was, vonden we het doorhangende gat en de onrustige afwerking geen goede basis om zonder verdere controle door te gaan.
Gekozen maatregelen
- Vaststellen dat de laagdikte verkleind moest worden voor een vloeiendere cirkelboog van het gat.
- Analyseren van brug- en overhangsnelheden om het uitzakken van onondersteund filament tegen te gaan.
- Voorbereiden van koeling en bedhechting voor een fijner laagspectrum.


0.12 mm lagen, bedlift en gebalanceerde oorzaakanalyse
Verbeterde ronding, maar lichte bedlift en een horizontale lijn op gathoogte
Bevindingen & analyse
Versie 2 is geprint met een laagdikte van 0.12 mm. Op de foto is de boring ronder dan in versie 1. Omdat meerdere instellingen veranderden, bewijst deze vergelijking niet welk aandeel de laagdikte afzonderlijk had.
Bij inspectie kwamen echter twee nieuwe afwijkingen aan het licht: ten eerste een lichte opkrulling (bed lift / warping) aan de hoek van het basisvlak, wat wees op een onevenwicht tussen bedhechting, koeling en thermische krimp. Ten tweede een opvallende horizontale lijn op de buitenwand, precies ter hoogte van de onder- en bovenzijde van het montagegat.
In plaats van voorbarig één enkele oorzaak aan te wijzen, vereist dit fenomeen een gebalanceerde analyse van meerdere samenhangende factoren: verandering in laagtijd (lagen met het gat hebben minder volume en koelen sneller af dan de massieve lagen eronder), volumetrische flowovergangen tussen omtrekwanden en bruggen, en lokale krimpverschillen bij plotselinge doorsnedewijzigingen.
Gekozen maatregelen
- Bedtemperatuur, hechting en koelingsdynamiek opnieuw balanceren om de kans op hoeklift te beperken.
- Snelheden voor overhangen (ca. 20–30 mm/s) en bruggen (ca. 20–25 mm/s) harmoniseren met de wanden om flowschommelingen op gathoogte te minimaliseren.
- Beoordelen van de nog onbewerkte toplaag met diagonale extrusielijnen ter voorbereiding op strijken.




Rustiger bovenvlak en de naad bewust uit de zichtlijn
Strijken afgestemd op snelheid, flow en tussenafstand; de seam geconcentreerd aan de minder zichtbare onderzijde
Bevindingen & analyse
Voor de derde test zijn twee gerichte processtappen doorgevoerd. Deze versie is als inspectiekandidaat vastgelegd; de foto's zijn geen bewijs van klantacceptatie of formele maattolerantie.
1. Strijken (ironing) als fijnkalibratie in plaats van aan/uit-schakelaar: alleen inschakelen kan nog steeds te weinig materiaal, ribbels of materiaalophoping geven. Voor dit onderdeel testten we 20 mm/s, 12% flow en 0.10 mm lijnafstand. Het bovenvlak werd daarmee rustiger en gelijkmatiger, maar blijft herkenbaar FDM.
2. Naadpositionering via seam painting: bij FDM-printen moet de printkop per gesloten perimeter ergens starten en stoppen. Die seam verdwijnt dus niet. In de slicer hebben we de startpunten naar de minder zichtbare onder- en binnenzijde van de U-vorm gestuurd. De close-ups laten eerlijk zien dat daar nog een lokale markering zichtbaar blijft.
Vergeleken met de eerdere tests oogt de boring ronder en de zichtzijde rustiger. Tegelijk tonen de inspectiefoto's nog laaglijnen en plaatselijke sporen in en rond het gat; precies daarom beoordelen we een test niet alleen van één gunstige kijkhoek.
Gekozen maatregelen
- Strijken testen op 20 mm/s, 12% flow en 0.10 mm afstand, met 4–5 toplayers als gekozen opbouw.
- De laagnaad met seam painting naar de binnen- en onderzijde sturen, zodat de markering minder frontaal in beeld staat.
- Boring, vlakheid, randafwerking en resterende sporen vanuit meerdere kijkhoeken inspecteren.





Direct overleg over jouw 3D-printbestand
Heb je een 3D-bestand, technische tekening of onderdeel met specifieke passingen, overspanningen of zichtkanten? We beoordelen de geometrie vooraf en bepalen samen of een teststuk of gerichte sliceraanpassing nodig is.







